Regionale Energie Strategie (RES) versie 1.0

Datum: 
15/07/2021
De Cleantech Regio (CTR) heeft haar Regionale Energie Strategie (RES) na het raadplegen van inwoners, bedrijven en instellingen, bijgesteld. De versie 1.0 is verschenen. De gezamenlijke energiecoöperaties van de CTR, waaronder LochemEnergie, hebben hierop officieel gereageerd. De e-coöperaties zijn blij dat het lokaal eigendom in de nieuwe versie beter is vastgelegd en dat er aandacht is voor de rol van e-coöperaties. Maar er zijn ook aspecten waarmee ze minder blij zijn. Zo is het voornemen om groene stroom op te wekken met 13 % afgenomen. Op basis van hun bedenkingen en bezwaren formuleerden de e-coöperaties een advies voor de RES 2.0.

Zon op collectieve daken

De RES 1.0 leunt zwaar op energie die wordt opgewekt met zonnepanelen op particuliere en collectieve daken. De e-coöperaties twijfelen aan de haalbaarheid daarvan. In de praktijk blijkt nl. dat de constructies van veel daken niet voldoen, dat de noodzakelijke netwerk verzwaringen te duur zijn en dat verzekeraars daken regelmatig niet willen verzekeren of een te hoge premie vragen. In de RES 1.0 ontbreekt het perspectief waarmee deze belemmeringen worden weggenomen.

Windenergie

In de RES 1.0 is een aantal potentiële windlocaties komen te vervallen. Alleen voor de regio Veluwe is hiervoor een reden aangegeven: uit bescherming van de wespendief. Voor de andere locaties ontbreekt de onderbouwing. De e-coöperaties geven aan waarom windenergie nodig is:

  • In de winter is de vraag naar energie hoger dan in de zomer, zeker als we overgaan op warmtepompen voor het verwarmen van huizen.
  • In de winter schijnt de zon echter minder en dus is er dan een andere schone energiebron nodig, zoals wind.
  • De kosten voor windenergie bedragen grofweg de helft van die van zonne-energie.
  • Een turbine van 4 mW vervangt 30 voetbalvelden vol zonnepanelen. Windenergie neemt dus minder van onze schaarse grond in beslag.

Innovatieve alternatieven

De CTR zet volop in op innovaties voor de opwek van groene energie. Denk aan biogas, waterstof en slimme energiehubs. De e-coöperaties juichen dit uiteraard toe. Maar zij weten ook dat het ontwikkelen van financieel haalbare alternatieve lang duurt – te lang om erop te kunnen vertrouwen dat deze innovaties inzetbaar zijn om het klimaatdoel van 2030 te behalen.

De rol van waterstof

De CTR zet ook in op waterstof. De productie van waterstof, een schone energiedrager, vraagt echter om heel veel groene stroom. Deze vraag naar groene stroom komt nog eens bovenop de hoeveelheid op te wekken stroom die in de RES 1.0 is vastgelegd. Het is volgende de e-coöperaties dus maar zeer de vraag of deze waterstof lokaal voldoende geproduceerd kan worden.

Lokaal eigendom en maatschappelijk draagvlak

Het proces om tot potentiële locaties te komen voor grootschalige zonneparken en windturbines lijkt vooral gebaseerd te zijn op de ruimtelijke kwaliteit. Zaken zoals maatschappelijke kosten (kosten die uiteindelijk door de belastingbetaler moeten worden opgebracht), maatschappelijke acceptatie en de bijdrage aan de energietransitie lijken minder meegewogen te hebben. Het Nationaal Programma RES heeft een zgn. afwegingskader ontwikkeld, met vier hoekpunten aan de hand waarvan men tot evenwichtiger keuzes kan komen. Daar verwijzen de e-coöperaties naar. Lokaal eigendom, zeggenschap voor omwonenden en een goede verdeling van de lusten en lasten zijn steeds cruciaal gebleken bij succesvolle regionale energieprojecten!

Advies samengevat

Vul de opwek van schone energie in de RES 2.0 realistischer én evenwichtiger in met ook/meer grootschalige opwek van wind- en zonne-energie. Zet daarbij niet alleen in op ruimtelijke kwaliteit en landschap, maar ook op de verlaging van de netwerk- en andere maatschappelijke kosten, evenals op de maatschappelijke acceptatie. Laatstgenoemde kan worden verbeterd door met behulp van lokaal eigendom, een open en transparant gebiedsproces en een eerlijke verdeling van de lusten en lasten bij elk project. De energiecoöperaties willen daar graag aan meewerken met een coöperatief bod.